De oorsprong van het Watergraafsmeer, ook wel bekend als Diemermeer, gaat helemaal terug naar rond 1200. Toen brak de Diemerzeedijk door. Dat was een kleiophoping aangelegd om het land te beschermen tegen de Zuiderzee. De kleien dijk werkte niet helemaal naar behoren. Zo ontstonden er 2 meren die door een weg van elkaar werden gescheiden. Deze weg verdween ergens in de 14e eeuw, en daardoor ontstond het uiteindelijke Watergraafsmeer. Dit meer was eigenlijk de voorloper van het woon- en werkgebied in Amsterdam-Oost dat we nu kennen als de Watergraafsmeer. Drooglegging Het Watergraafsmeer was een brak tot zout water. Er werd veel gevist, op onder meer kabeljauw, karpers, paling en zeebaars. Maar het meer bracht ook risico’s met zich mee. Vijandelijke schepen konden wel erg dicht bij de stad komen, en er was in en rond het snel groeiende Amsterdam veel behoefte aan land. Dus gaf de Staten van Holland in 1624 toestemming aan de stad Amsterdam om het meer droog te leggen. Dit gebeurde uiteindelijk 5 jaar later, in 1629. En duurde ‘maar’ 13 maanden. Ingekleurde kaart van de Watergraafsmeer op onbekende schaal 725 morgen Zo’n 725 morgen werden drooggelegd. Een Amsterdamse morgen was ongeveer gelijk aan 0,85 tot 0,9 hectare, de hoeveelheid land die een boer in een ochtend (morgen) kon ploegen. Vandaar de naam. Het land in de nieuw drooggelegde Watergraafsmeerpolder werd in kavels verkocht, voor 500 tot 2.000 gulden per kavel. Een kavel bestond uit zo’n 10 morgen. De verloting en verkoop van deze kavels vond overigens pas in 1631 plaats. In totaal werden 31 mensen eigenaar van een of meerdere kavels in Watergraafsmeer, waaronder ook het stadsbestuur als grootgrondbezitter. Nachtmerrie Watergraafsmeer ligt behoorlijk diep, ruim 5,5 meter onder het gemiddelde van de zeespiegel, het Normaal Amsterdams Peil (NAP). Ter vergelijking, een typisch huis met 2 verdiepingen en een plat dak is gemiddeld tussen de 5,5 en 6,5 meter hoog. Het water vormde dus van begin af aan een bedreiging voor de polder. En in de nacht van zaterdag 4 op zondag 5 maart 1651 werd de nachtmerrie van alle Watergraafsmeerders werkelijkheid. Het bezwijken van de Sint Antoniesdijk op 5 maart 1651 Stormvloed Er was die nacht een volle maan, die leidde tot een springvloed, een extra hoge voorspelbare vloed. Maar het stormde ook. Daardoor kwam het water nog hoger te staan, terwijl sterke winden de Noordzee richting de kust stuwden. Dit noemen we een stormvloed. De stormvloed was die nacht in 1651 zo krachtig en gevaarlijk dat de ‘gansche wereld’ het ‘nog nooit gezien had’. De vloed kreeg zelfs een naam: de Sint-Pietersvloed. Dijken bezwijken Het water werd bij Texel, Terschelling en Vlieland met enorm geweld de Zuiderzee in geduwd, maar het kon daar nergens naartoe. Het steeg en steeg en steeg tot boven de dijken, tot er uiteindelijk geen andere uitweg was dan dwars door de dijken heen. De Sint Antoniesdijk, Diemerzeedijk en Zeeburgerdijk braken. Het samengeperste water kolkte met zoveel geweld dat de Zeeburgerdijk zelfs op 2 plekken bezweek. Zo kon de bulderende zee voortgestuwd door persende wind ongeremd dwars door de huidige Indische Buurt spoelen tot de dijk rond Watergraafsmeer. Die was niet opgewassen tegen al dat natuurgeweld. Breuk in de Sint Anthoniesdijk van maart 1651 door Jan Asselijn Stadsgeschiedschrijver Stadsgeschiedschrijver Caspar Commeling schreef erover: ‘Hierdoor vloog de zee met groot geruis over de lage binnenlanden, op de dijk van de Diemermeer aan, dewelke, veel zwakker dan de doorgebroken zeedijk, dit geweld des waters niet langer kon weerstaan, maar brak tegen de avond door, zodat dit drooggemaakte meer wel zestien voet diep (ca. 5 meter – red.) onder water raakte.’ Zondenstraf Twintig jaar nadat de eerste huizenbezitters hun intrek namen in de Watergraafsmeer kwam het gebied weer volledig onder water te staan. Huis en haard weggevaagd, en wat ervan over was alleen nog maar met schuitjes te bereiken. ‘Dees zonden-straf op Zondag is gerezen’, aldus dichter Jan de Groot Jacobszoon van Hoorn. ‘Hier drijft een stuk van enig vruchtbaar eiland. Daar huis en hof en menig dierbaar beest. Hier zinkt in ’t diep het klaverdragend weiland. En wordt ten prooi het bulderend tempeest.’ Vijf mensen kwamen om het leven en de schade was enorm. Op de bovenste prent door Pieter Nolpe naar Jan Esselens is de dijkdoorbraak van de Sint-Antoniesdijk of Diemerzeedijk te zien bij Houtewael. Op de onderste (naar Jacob Colijns?) is het herstel van de dijk in beeld gebracht Herrezen Toch werd er vrijwel gelijk begonnen met de wederopbouw. Het stadsbestuur was niet van plan om Watergraafsmeer terug te geven aan het water. En dus werden de gaten in de dijken gedicht en het water weggepompt. Bewoners van de Watergraafsmeer kregen in de jaren die volgden vrijstelling van sommige belastingen. Een onbekende dichter schreef na de stormvloed: ‘Oude Meer, gij zult herrezen. Uit de wilde watervloed. 'k Wil van U bewoner wezen. Want Uw landstreek is zo goed.’ Gelijk kreeg hij. Op 15 juli 1652 trok een feestende stoet door het gebied om de drooglegging na de stormvloed te vieren. De Watergraafsmeer was herrezen. Beeld: Stadsarchief Amsterdam Lees ook De Collectie | De leprozen van Lazarus De Linnaeusstraat ontstond al in 1308 Herdenking Februaristaking: ‘Wees solidair met het zwaar getroffen Joodse volk’